Rb. Overijssel 20 september 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:3729

Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW in Megahome-faillissementen. De rechtbank oordeelt over de (reikwijdte van) de administratieplicht ex artikel 2:10 BW en komt tot de conclusie dat deze in casu niet is geschonden. De rechtbank neemt echter wel bestuurdersaansprakelijkheid aan wegens overheveling van vermogen uit het merendeel van de gefailleerde vennootschappen naar derde, aan de bestuurders en feitelijk leidinggever gelieerde vennootschappen. Deze overheveling heeft plaatsgevonden via meerdere (rechts)handelingen die door de bestuurders en feitelijk leidinggever als “beschermingsconstructie” worden beschreven en zijn opgezet om, naar eigen zeggen, een betere onderhandelingspositie ten aanzien van de financier te creëren. De rechtbank merkt deze “beschermingsconstructie” echter als onzedelijk en daarmee nietig aan. Verder oordeelt de rechtbank dat geen redelijk denkend en handelend bestuurder tot een dergelijke (onzedelijke) constructie zou overgaan. Naar het oordeel van deze rechtbank is deze constructie ook een belangrijke oorzaak geweest van het faillissement van (het merendeel van) de gefailleerde vennootschappen. De bestuurders en feitelijk leidinggever worden in het boedeltekort van (het merendeel van) de gefailleerde vennootschappen veroordeeld. De rechtbank legt geen bestuursverbod ex artikel 106a Fw op.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken