Hof Arnhem-Leeuwarden 15 oktober 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:6383
Het gaat in deze zaak om de vraag of de (al dan niet middellijk of feitelijk) bestuurder van een vennootschap onrechtmatige selectieve betalingen door die vennootschap aan zichzelf heeft laten verrichten alsmede verrekeningen ten behoeve van zichzelf heeft laten plaatsvinden. Verder gaat het om de vraag of die zelfde persoon als bestuurder van een andere vennootschap een perceel grond voor veel hoger dan de marktwaarde aan die vennootschap heeft overgedragen en of hiermee sprake was van een paulianeuze transactie. Het hof beantwoordt die beide vragen in navolging van de rechtbank Overijssel (zittingsplaats Almelo) bevestigend en bekrachtigt de bestreden vonnissen van de rechtbank d.d. 23 maart 2022 (ECLI:NL:RBOVE:2022:775), 4 mei 2022 (ECLI:NL:RBOVE:2022:1245) en 1 maart 2023 (niet gepubliceerd).
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Hof Arnhem-Leeuwarden 19 december 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:10771
- Conclusie A-G Assink 22 september 2023, ECLI:NL:PHR:2023:828
- Rb. Overijssel 20 september 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:3729
- HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853
- Rb. Overijssel 1 juni 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:1581
- Rb. Overijssel 4 mei 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:1245
- Rb. Overijssel 23 maart 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:774
- Rb. Overijssel 23 maart 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:775
- HR 17 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:73
- HR 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:576
- HR 3 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN9366
- HR 26 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK9654
- HR 12 juni 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2669