Rb. Overijssel 24 augustus 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:2686

Schadestaatprocedure. Er wordt een schadebedrag van € 33.056,-, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW, toegekend. De rechtbank schat de schade lager dan door eiser begroot. Hoewel eiser onderbouwd heeft gesteld dat hij een periode nodig heeft gehad voor het opnieuw opbouwen van zijn goede naam als gevolg van de onrechtmatige mededeling van de gemeente en hij daarnaast voorheen de bovenwoningen aan 18 personen verhuurde, gaat de rechtbank uit van een kortere herstelperiode voor het opnieuw opbouwen van de goede naam. Daarnaast hebben de bovenwoningen een maximale bezettingscapaciteit van 16 personen. Gelet op de door de Gemeente onderbouwde gezondheidsrisico’s die met een hogere bezetting gepaard kunnen gaan, moet naar het oordeel van de rechtbank van een maximale verhuurcapaciteit van 16 personen worden uitgegaan. Verder heeft de Gemeente voldoende gemotiveerd betwist en is door eiser onvoldoende onderbouwd dat de verhuurinkomsten per bewoner op gemiddeld € 90,- per week lagen. Op basis van de overgelegde stukken bepaalt de rechtbank de gemiddelde huurinkomsten op € 300,- per bewoner per maand. De rechtbank wijst verder als onvoldoende onderbouwd gesteld af de gevorderde inkomstenderving en immateriële schade. De gevorderde advocaatkosten die geen betrekking hebben op de proceskosten worden gedeeltelijk toegewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken