Rb. Oost-Nederland 22 maart 2013, ECLI:NL:RBONE:2013:BZ5205

Aanwijzing functie ambtenaar bij politie. Beroep gegrond. Artt. 2 en 3 Politiewet 1993. Art.1 Besluit rangen politie. De rechtbank stelt vast dat het begrip ‘executieve status’ als zodanig niet voorkomt in de Politiewet 1993 en in de op deze wet gebaseerde regelgeving. De rechtbank overweegt dat het uitgangspunt van de Politiewet 1993 is dat de taken van een ambtenaar in de zin van deze wet niet afhankelijk zijn van enige persoonlijke (executieve) status van de ambtenaar, maar van de functie waarin de ambtenaar is aangesteld. Het voor wat betreft het al dan niet executieve karakter van de functie maken van onderscheid aan de hand van gevolgde vooropleiding, tussen ambtenaren die zijn aangesteld in dezelfde functie, is naar het oordeel van de rechtbank in strijd met het systeem van de Politiewet 1993. Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen is eiser, gelet op de functie die hij vervult, een ambtenaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Politiewet 1993. Hieruit volgt dat hem de bij zijn salarisschaal horende rang toekomt. Aangezien eisers functie gewaardeerd is op schaal 8 komt eiser de rang van brigadier toe.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen