Rb. Oost-Brabant 3 februari 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:697

Onderzoek Fairfield Bay. Verdachte heeft leidinggegeven aan verboden gedragingen van een rechtspersoon. Deze rechtspersoon heeft zich als professionele partij in de wereld van de import en export van alcoholische dranken schuldig gemaakt aan het stelselmatig opmaken van valse documenten, de opname van valse documenten in de bedrijfsadministratie en het gebruik maken van valse documenten. Dit is telkens gedaan met het doel om accijnsfraude mogelijk te maken. De rechtbank merkt op dat alle bewezenverklaarde handelingen telkens gepleegd zijn als een voortgezette handeling. Gelet op de ernst van de feiten en het ondermijnende karakter daarvan kan niet anders gereageerd worden dan met het opleggen van een forse gevangenisstraf. Anders dan zijn medeverdachte heeft verdachte openheid van zaken gegeven. De rechtbank weegt dit in het voordeel van verdachte mee. Alles afwegende legt de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf op ter hoogte van 14 maanden waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen