Rb. Oost-Brabant 23 april 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2866
arbeidsrecht; onrechtmatige concurrentie; schending nevenwerkzaamheden- en geheimhoudingsbeding; cumulatie boete en schadevergoeding; verwijzing schadestaatprocedure; in de laatste maand van het dienstverband bij de werkgever verricht de werknemer al concurrerende werkzaamheden voor de nieuwe werkgever en stuurt hij bedrijfs- en klantgegevens van de werkgever door naar de nieuwe werkgever op diens verzoek. De kantonrechter oordeelt dat de werknemer het nevenwerkzaamheden- en geheimhoudingsbeding heeft geschonden en dat de werknemer daarom boetes aan de voormalig werkgever moet betalen. Daarnaast oordeelt de kantonrechter dat sprake is van onrechtmatige concurrentie en dat de werknemer aansprakelijk is voor de geleden schade. Aannemelijk is dat de voormalig werkgever schade heeft geleden, maar de omvang van de schade kan nu niet worden vastgesteld. Daarom volgt verwijzing naar de schadestaatprocedure.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 19 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1320
- Conclusie A-G Lindenbergh 20 juni 2025, ECLI:NL:PHR:2025:696
- HR 14 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:264
- Conclusie A-G de Bock 20 december 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1396
- Hof Amsterdam 6 februari 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:555
- Hof Amsterdam 13 december 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3529
- Hof Den Haag 26 oktober 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:2531
- HR 27 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ6638
- HR 30 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX6246