Rb. Oost-Brabant 24 april 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2608
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van strafbare voorbereidingshandelingen gericht op de productie van [met]amfetamine. Het beroep op onrechtmatig verkregen bewijs wordt verworpen. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Tevens wordt verdachte de maatregel tot verhaal van kosten [art. 13d Opiumwet] opgelegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl