Rb. Oost-Brabant 2 september 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5478

Vrijspraak ter zake van rijden onder invloed (artikel 8 WVW 1994). De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is geweest van een bloedonderzoek als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994, waarbij de strikte waarborg, neergelegd in artikel 17 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, is nageleefd omdat verdachte geen vertaling heeft ontvangen van de brief waarin hem het resultaat van het bloedonderzoek en het recht op tegenonderzoek werd medegedeeld, terwijl hij de Nederlandse taal niet machtig is. Daardoor kan niet kan worden bewezen dat verdachte onder invloed van amfetamine en cannabis heeft gereden. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van dit feit. Vrijspraak ter zake van artikel 6 WVW 1994 De rechtbank kan op basis van het dossier en meer in het bijzonder de verschillende verklaringen van getuigen niet vaststellen wat de feitelijke toedracht is geweest, die de aanleiding was tot het verkeersongeval. Dit betekent dat de rechtbank de omstandigheden waaronder het ongeval heeft kunnen gebeuren niet met voldoende zekerheid en precisie kan vaststellen. Dat betekent ook dat de rechtbank niet kan beoordelen of verdachte tekort is geschoten in vergelijking met een gemiddelde andere persoon in vergelijkbare omstandigheden en met een vergelijkbare hoedanigheid. Anders dan de officier van justitie, is de rechtbank dan ook van oordeel dat niet valt vast te stellen dat verdachte zich op zijn minst aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gedragen. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van dit feit. Veroordeling ter zake van artikel 5 WVW 1994. Verdachte heeft geen voorrang aan de bromfietser verleend toen hij linksaf sloeg. Daarmee heeft hij gevaar op de weg en hinder voor het verkeer veroorzaakt. Het gevaar en de hinder hebben geleid tot het verkeersongeval. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Aan verdachte wordt opgelegd een geldboete van 500,- euro.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken