Rb. Oost-Brabant 3 juni 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:3097
Zaak over intrekking van omgevingsvergunningen (milieu) voor een vakantiepark. De rechtbank is, kort samengevat, van oordeel dat voldoende samenhang bestaat tussen bijna alle strafbare feiten in het Bibob-advies en de ingetrokken omgevingsvergunningen die nodig zijn voor de exploitatie van het gehele vakantiepark. Alleen ziet de rechtbank geen samenhang met het verboden wapenbezit. Intrekking van de omgevingsvergunningen was niet onevenredig. Wel had het college de gevolgen van de inwerking van de Omgevingswet (Ow) beter moeten beoordelen en dat beschouwt de rechtbank als een motiveringsgebrek. Die gevolgen beoordeelt de rechtbank zelf. De gevolgen zijn relatief beperkt omdat onder de Ow weliswaar geen MBA vergunning nodig is voor het exploiteren van een vakantiepark maar wel voor een propaantank van meer dan 13 m3. Intrekking van de vergunningen is niet onevenredig en daarom laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit op bezwaar in stand
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Oost-Brabant 14 februari 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:499
- ABRvS 22 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4327
- ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285
- ABRvS 17 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2450
- ABRvS 6 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:350
- ABRvS 11 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1207
- ABRvS 10 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1218