Rb. Oost-Brabant 14 mei 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:2763

Vervolg op ECLI:NL:RBOBR:2023:5927. Verzoek gedeeltelijke intrekking PAS vergunning bij Natura 2000 gebied met verslechtering. Uitvoering van de vergunning zelf kan leiden tot verdere verslechtering en zou een significant effect kunnen hebben, tenzij andere passende maatregelen leiden tot de noodzakelijke daling binnen afzienbare termijn. De LBV en LBV-plus en de Maatregel Gerichte Aankoop 1 (MGA-1) zullen niet voorzien in de noodzakelijke blijvende, substantiële daling binnen één jaar. Wel heeft deelname van bedrijven aan deze regelingen op korte afstand van het Natura 2000 gebied een veel groter effect dan de gedeeltelijke intrekking van de vergunning. Het college is echter op basis van artikel 5.4, tweede lid, van de Wnb in combinatie met artikel 6, tweede lid, van de Habitatrichtlijn, gehouden om verdere passende maatregelen te treffen ten aanzien van het bedrijf. Maar het betrekkelijk geringe voordeel voor de natuur bij gedeeltelijke intrekking weegt niet op tegen het (te verwachten) nadeel voor het bedrijf (een mogelijk faillissement) en inwilliging van het verzoek is daarmee in strijd met artikel 17 van het EU Handvest. De weigering om gedeeltelijk in te trekken wordt vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken