Rb. Oost-Brabant 2 mei 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:2544

Het klaagschrift stelt dat de inbeslagname in België onrechtmatig is omdat het verschoningsrecht van klager, een in België gevestigd gecertificeerd belastingadviseur, is geschonden. De rechtbank is van oordeel dat de vraag of de wijze waarop de Belgische autoriteiten uitvoering hebben gegeven aan het EOB rechtmatig is, niet ter toetsing voor ligt aan de Nederlandse rechter. De beslissingen van de buitenlandse autoriteiten die aan het verrichte onderzoek ten grondslag liggen, moeten worden gerespecteerd en er moet van worden uitgegaan dat het onderzoek rechtmatig is verricht. Dat is uitsluitend anders als in het betreffende land onherroepelijk is komen vast te staan dat het onderzoek niet in overeenstemming met de daarvoor geldende rechtsregels is verricht. Een dergelijke uitzondering doet zich niet voor. Overigens biedt het Belgische recht in dit geval zelfs een verderstrekkende rechtsbescherming dan het Nederlandse recht waar zoals volgt uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad een belastingadviseur geen verschoningsrecht heeft. Dat er door de Nederlandse rechters-commissarissen in Nederland naar Nederlands recht ten overvloede nog een extra filtering op de inbeslaggenomen documenten plaatsvindt, maakt het voorgaande niet anders. Het beklag wordt ongegrond verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken