Rb. Oost-Brabant 15 januari 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:94
NOW-1. De minister heeft de definitieve tegemoetkomingen in de loonkosten vastgesteld op € 0, omdat de accountant afkeurende accountantsverklaringen heeft afgegeven. Naar het oordeel van de rechtbank is de accountantsverklaring niet aan te merken als een advies ten aanzien waarvan een vergewisplicht voor de minister geldt (op grond van art. 3:2 of 3:9 Awb). De minister hoeft ook niet na te gaan of de accountant bij het afgeven van zijn verklaring is uitgegaan van de juiste groep als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, van de NOW-1. Als eiseressen vinden dat de accountant niet is uitgegaan van de juiste groep, moeten zij zich tot de accountant wenden. Van schending van het evenredigheidsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel is geen sprake. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl