Rb. Oost-Brabant 14 februari 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:480

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft eiseres beboet voor overtreding van artikel 18b, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet minimumloon en minimumvakantietoeslag (de Wml). Eiseres heeft volgens de minister geen loonstrookjes verstrekt aan de toezichthouder. Verweerder gaat er daarbij van uit dat de personen die voor eiseres arbeid hebben verricht dat niet hebben gedaan in de uitoefening van hun beroep. Met andere woorden, de minister beschouwt eiseres als werkgever van de personen die voor haar arbeid hebben verricht, die dus hebben te gelden als werknemers van eiseres. Eiseres bestrijdt dit en stelt dat op haar de Wml niet van toepassing is. De minister heeft haar dus ten onrechte beboet. De rechtbank is het eens met eiseres. Eiseres hoeft geen boete te betalen. De rechtbank vindt dat door de minister niet aannemelijk is gemaakt dat de personen die voor eiseres arbeid hebben verricht dit niet hebben gedaan in de uitoefening van hun beroep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken