Rb. Oost-Brabant 9 juli 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:4411
De zaak gaat over de intrekking van een oude Hinderwetvergunning. Die vergunnin is in de loop van de tijd gelijk gesteld met een milieuvergunning en een OBM. De OBM is verleend voor (onder meer) het houden van meer dan 15 varkens en meer dan 10 stuks rundvee. Deze activiteit is aangewezen als milieubelastende activiteit in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Deze activiteit is ook vergunningplichtig op grond van artikel 3.202 onder f van het Bal als meer dan 50 zeugen worden gehouden. Op basis van artikel 4.13 van de Invoeringswet Omgevingswet zou de onherroepelijke OBM als omgevingsvergunning op basis van artikel 5.1, tweede lid onder b, van de Omgevingswet gelden. De rechtbank is van oordeel dat eiser recht en belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit omdat hij hiermee kan bereiken dat hij na 1 januari 2024 de beschikking heeft over een toereikende omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit. Het college heeft de OBM kunnen intrekken omdat er geen gebruik van is gemaakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl