Rb. Oost-Brabant 19 oktober 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:4983
De zaak gaat over de omgevingsvergunning voor een mestbewerkingsinstallatie. Het bewerken van drijfmest tot (gedeeltelijk) mineralenconcentraat en de afzet van dikke fractie kwalificeren volgens de rechtbank als een mogelijke nuttige toepassing. De rechtbank vindt de winstgevendheid echter niet doorslaggevend. Van belang is dat de inrichting er op is ingericht om een substantieel deel van de ingenomen en verwerkte drijfmest (35%) opnieuw te gebruiken. Het college van B&W is daarom het bevoegde gezag Er wordt extern gesaldeerd in verband met een toename van stikstofdepositie van 0,02 mol op de Veluwe. De rechtbank acht het in dit geval onwaarschijnlijk dat de gedeeltelijke intrekking van de milieuvergunning van het saldogevende bedrijf noodzakelijk is voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de Veluwe Andere passende maatregelen zullen een veel grotere betekenis hebben voor de Veluwe. Het lot van de Veluwe zal niet afhangen van de mitigerende maatregel ten behoeve van dit project.. Onder deze omstandigheden hebben het college en GS kunnen volstaan met de algemene verwijzing naar het maatregelenpakket in de Wsn en de BOS.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Oost-Brabant 24 november 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:5151
- ABRvS 24 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2627
- ABRvS 13 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2282
- ABRvS 14 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:786
- ABRvS 30 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2318
- ABRvS 12 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:441
- ABRvS 12 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:442
- ABRvS 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1878