Rb. Oost-Brabant 25 mei 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:2436
Een varkenshouderij is (onder meer) een last onder dwangsom opgelegd om te voldoen aan het Besluit emissiearme huisvesting (Beh). De boer heeft een voorstel gedaan om aan de last te voldoen. Het college zal echter wel moeten nagaan of het opleggen van de last zelf evenredig is en zal hierbij vooral moeten kijken naar het doel van het Beh en de vraag of het echt nodig is in het licht van dit doel om de gewraakte last op te leggen. het college heeft niet onderzocht of het nodig was om te gelasten de strijd met het Beh volledig op te heffen door modernisering van de betreffende stallen of dat kan worden volstaan met het leegzetten van bepaalde stallen. Ondanks meerdere pogingen blijft dit onduidelijk. De voorzieningenrechter vernietigt het bestreden besluit voor zover hierin deze last is gehandhaafd. De voorzieningenrechter heeft te weinig informatie om zelf in de zaak te voorzien of om de rechtsgevolgen in stand te laten.Hij schorst de betreffende last en bepaalt dat deze schorsing vervalt als niet aan een aantal voorschriften omtrent het leegzetten van bepaalde stallen wordt voldaan. De voorzieningenrechter stelt een wat hardere voorwaarde bij het aantal dieren dat nog mag worden gehouden in stal 1 (60 in plaats van 70 kraamzeugen) omdat hij op basis van de beschikbare stukken de situatie in stal 1 niet kan beoordelen en dus ook niet kan beoordelen of de nadelige gevolgen voor het milieu worden beperkt door enkel minder kraamzeugen te houden van. Daarom kiest de voorzieningenrechter het zekere voor het onzekere.
De uitspraak op rechtspraak.nl