Rb. Oost-Brabant 11 februari 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:415
Het Uwv heeft aan de werkgever een loonsanctie opgelegd. Volgens het Uwv heeft de werkgever onvoldoende inspanningen verricht om de werknemer te re-integreren. De werkgever is bij de re-integratie afgegaan op het advies van haar bedrijfsarts. Het UWV heeft naar voren gebracht dat volgens vaste rechtspraak van het hoogste rechtscollege in dit soort zaken (de Centrale Raad van Beroep, CRvB) een onjuist advies van een bedrijfsarts voor rekening en risico komt van de werkgever. Met de in de rechtspraak ontwikkelde “voor rekening en risico” benadering wordt in loonsanctiezaken onvoldoende recht gedaan aan de in de wet zelf (artikel 65 Wet WIA) neergelegde norm dat het bij de beoordeling van re-integratie-inspanningen gaat om de vraag of de werkgever in redelijkheid tot de re-integratie-inspanningen heeft kunnen komen. Het UWV heeft die “voor rekening en risico” benadering wel gevolgd en als gevolg daarvan buiten beschouwing gelaten de vraag of de werkgever redenen had moeten hebben om te twijfelen aan het advies van haar bedrijfsarts. De rechtbank vindt in de feiten en omstandigheden van dit geval geen aanknopingspunten voor het oordeel dat eiseres redenen had moeten hebben voor twijfel aan het advies van de bedrijfsarts. Hiermee nuanceert de rechtbank de rechtspraak van de CRvB dat afgaan op een advies van een bedrijfsarts voor rekening en risico komt van de werkgever, mocht dit onjuist blijken te zijn. De norm dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd het advies van de bedrijfsarts in twijfel te trekken, is enigszins vergelijkbaar met de norm die de overheid voor zichzelf heeft neergelegd in artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarin is bepaald dat als een besluit berust op een onderzoek naar feiten en gedragingen dat door een adviseur is verricht, het bestuursorgaan zich ervan dient te vergewissen dat dit onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Met een dergelijke benadering in loonsanctiezaken wordt meer recht gedaan aan het bepaalde in artikel 65 van de Wet WIA
De uitspraak op rechtspraak.nl