Rb. Oost-Brabant 30 september 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:4103
Het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen. De redelijke termijn is weliswaar met meer dan zes maanden overschreden, maar uit de inhoud van een e-mailbericht van eiser aan de heffingsambtenaar blijkt dat van enige onzekerheid over een op eiser rustende belastingdruk geen sprake is geweest. Hij schrijft namelijk dat hij geen stress heeft ondervonden van de procedure. Dit brengt mee dat niet wordt verondersteld dat eiser hangende de procedure immateriële schade heeft geleden in de vorm van spanning en frustratie.
De uitspraak op rechtspraak.nl