Rb. Oost-Brabant 28 januari 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:279
Efteling Natuurbescherming handhaving referentiesituatie Dit is de einduitspraak na een eerdere tussenuitspraak (ECLI:NL:RBOBR:2021:4000) in een handhavingszaak tegen de Efteling vanwege een overtreding van de Wet natuurbescherming (Wnb) in 2018 en 2019. Deze uitspraak maakt duidelijk dat handhaving op de referentiesituatie na de wetswijziging van 1 januari 2020 niet eenvoudig is geworden. Verweerder heeft gebruik gemaakt van andere invoergegevens voor de referentiesituatie (uit het verkeersmodel voor de bestemmingsplanprocedure) Deze handelwijze zou betekenen dat bij handhaven op basis van de referentiesituatie (en op basis van het huidige artikel 2.7 van de Wnb) in iedere zaak een volledige herberekening van de bestaande vergunningssituatie zou moeten plaatsvinden. Dat maakt handhaven niet eenvoudig. De rechtbank neemt aan dat dit niet de bedoeling is geweest van de wetgever bij de wijziging van de Wnb van 1 januari 2020 en is van oordeel dat dit alleen zou kunnen als de natuurvergunning van 2016 en de onderliggende gegevens evident onjuist zijn. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder ten onrechte het gebruik van twee agrarische percelen bij de referentiesituatie heeft betrokken die niet zijn vergund in de oude natuurvergunning. Verweerder had ook de door de Efteling gestelde vermindering van diesel-, hout- en aardgasverbruik daadwerkelijk moeten controleren. De rechtbank ziet in de aanvraag van de Efteling voor een nieuwe natuurvergunning geen concreet zicht op legalisatie. Het is wel een aanwijzing dat de Efteling niet van plan is om zich te beperken tot het toelaten van 5 miljoen bezoekers per jaar (en dus een vrees voor herhaling van de overtreding). Verweerder heeft voor de derde keer ten onrechte geweigerd om handhavend op te treden. Daarom zal de rechtbank zelf in de zaak voorzien en het primaire besluit herroepen. Onder deze omstandigheden zou de rechtbank er voor kunnen kiezen verweerder niet nogmaals de kans te geven, maar zelf een handhavingsbesluit te nemen. Dat doet de rechtbank nu niet omdat er nog nader onderzoek moet worden verricht en verweerder dat onderzoek moet doen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 1 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1960
- Rb. Oost-Brabant 29 juli 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:4000
- ABRvS 23 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1332
- ABRvS 4 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:953
- ABRvS 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:105
- ABRvS 18 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2760
- ABRvS 14 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2439
- ABRvS 8 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2658
- ABRvS 9 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2956