Rb. Oost-Brabant 29 juli 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:4000

De Efteling heeft in 2017, 2018 en 2019 meer dan vijf miljoen bezoekers gehad. Voor deze overschrijding heeft de Efteling geen natuurvergunning. Omwonenden hebben de provincie verzocht om handhaving. De Provincie heeft het verzoek eerst afgewezen omdat het onevenredig is om de Efteling te sluiten en vervolgens omdat de Efteling op 29 september 2020 een nieuwe aanvraag voor een natuurvergunning heeft ingediend. De rechtbank is van oordeel dat alle verzoekers ook zijn aan te merken als belanghebbende. Hierbij zit ook iemand die vlakbij het Natura 2000 gebied Loonse en Drunense duinen en Leemkuilen woont. 7.1Naar aanleiding van de aanvraag van de Efteling van 29 september 2020 in combinatie met de wijziging van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb en de uitspraak van de Afdeling van 20 januari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:71). heeft de rechtbank zich afgevraagd of de Efteling wel een natuurvergunning nodig heeft. Als de Efteling geen natuurvergunning nodig heeft, is er dan wel sprake is van een concreet zicht op legalisatie? Want wat valt er dan nog te legaliseren? Met andere woorden, is er nog een overtreding en is verweerder bevoegd om handhavend op te treden? De provincie heeft onvoldoende onderzocht of een natuurvergunning nodig is. Als een vergunning noodzakelijk is, dan kan verweerder de Efteling door middel van de natuurvergunning (al dan niet door het stellen van voorschriften) verplichten stikstofemissie beperkende maatregelen te (blijven) treffen zodat significante gevolgen voor het Natura 2000-gebied worden uitgesloten. Ook had de provincie moeten beoordelen of de Efteling al maatregelen heeft getroffen (en zo ja, welke) en of het effect van deze maatregelen blijvend is. Als de maatregelen (nog) niet voldoende blijvend zijn getroffen kan verweerder er voor kiezen om de Efteling te sluiten als er meer dan vijf miljoen bezoekers komen of kan verweerder de Efteling gelasten de noodzakelijke maatregelen te blijven treffen om een toename van stikstofdepositie na overschrijding van de grens van vijf miljoen bezoekers per jaar te voorkomen. De rechtbank is van oordeel dat handhavend optreden jegens de Efteling niet onevenredig is. Als verweerder van een agrariër of een bedrijf verlangt dat zij zich aan de Wet natuurbescherming houden, dan zal verweerder de Efteling ook moeten verplichten om hetzelfde te doen. De provincie krijgt de gelegenheid de geconstateerde gebreken te herstellen. Eisers en de Efteling mogen hierop reageren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken