Rb. Oost-Brabant 29 april 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:1764

Dit betreft een zaak over een emissiearme rundveestal systeem a.1.13. Gelet op de door de StAB geconstateerde fout bij de totstandkoming van de Rav factor (zie de uitspraak van de rechtbank van 8 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1323) kan de huidige Rav factor voor stalsysteem A.1.13 naar het oordeel van de rechtbank niet als de best beschikbare wetenschappelijke kennis worden beschouwd. Verweerder heeft nog een voorschrift aan de natuurvergunning verbonden met een verplichting tot realisatie. Dit kan de rechtbank goed begrijpen. Als het voorschrift niet wordt nageleefd, dan is verweerder bevoegd de vergunning in te trekken op basis van artikel 5.4, eerste lid onder a, van de Wnb. Ter voorlichting van partijen merkt de rechtbank overigens op dat de bevoegdheid in artikel 2.33, tweede lid onder a, van de Wabo (die toch een lange geschiedenis heeft in de Hinderwet en de Woningwet) terugkeert in artikel 5.40, tweede lid, onder b, van de Omgevingswet (met een verkorting van de termijn naar één jaar) en dat deze bevoegdheid ook betrekking zal hebben op omgevingsvergunningen voor natuuractiviteiten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken