Rb. Oost-Brabant 21 december 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:6804
WOZ. De gemachtigde mocht eiseres, die zowel in de bezwaar- als in de beroepsfase op enig moment kenbaar maakte de procedure te willen beëindigen, op andere gedachten brengen. Daarin is hij beide keren geslaagd en dat is dus geen aanleiding om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Waardering woning o.b.v. vergelijkingsmethode. Eiseres stelt zonder onderbouwing dat haar woning gedateerd is. De bewijslast daarvoor ligt bij haar en hoeft dus niet eerst (d.m.v. een informatiebeschikking) te worden omgekeerd. Een verwijzing naar aanbevelingen van de Waarderingskamer maakt dat niet anders, omdat – daargelaten of in dit geval van zo’n aanbeveling sprake is – uit de parlementaire geschiedenis volgt dat dergelijke aanbevelingen geen bindend karakter hebben. In het ruim vier maanden voor de zitting ingediende verweerschrift weerlegt de heffingsambtenaar de beroepsgrond dat de grond niet is gestaffeld. Op de zitting stelt eiseres dat de grondstaffel niet met gegevens is onderbouwd. Dat nadere standpunt wordt wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing gelaten, omdat niet is gebleken waarom eiseres niet eerder om die gegevens kon vragen. Het betoog dat een van de vergelijkingsobjecten niet matig zou zijn onderhouden slaagt niet. De heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is en eiseres heeft geen onderbouwing geleverd voor de door haar bepleite waarde. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl