Rb. Oost-Brabant 3 december 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:6326

Het project betreft een uitbreiding met een termische reinigingsinstallatie (Tri). Als gevolg is sprake van een geringe toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000 gebieden. Hiervoor was een vergunning op basis van het Programma aanpak stikstof verleend. BMF heeft hiertegen beroep ingesteld. In de tussenuitspraak van 23 december 2019 (ECLI:NL:RBOBR:2019:7372) oordeelde de rechtbank al dat de PAS vergunning moest worden vernietigd omdat niet op voorhand kon worden uitgesloten dat er geen vergunningplicht op basis van artikel 2.7, tweede lid van de Wnb bestaat. In de passende beoordeling (die was gemaakt bij de oorspronkelijke aanvraag) is de staat van instandhouding per habitattype in ieder gebied beoordeeld. In de aanvulling op de passende beoordeling (gemaakt na de tussenuitspraak) is uitgegaan van de gebiedsanalyses van ieder Natura 2000-gebied die zijn gemaakt in kader van het PAS. In de aanvullende passende beoordeling wordt er van uitgegaan dat de gebiedsanalyse het meest actuele overzicht van de huidige staat van instandhouding van stikstofgevoelige habitattypes en leefgebieden verschaft. In de aanvullende passende beoordeling wordt er verder van uitgegaan dat de achtergronddepositie vrijwel gelijk is gebleven. Tot slot volgt uit de aanvullende passende beoordeling dat de daadwerkelijke emissie van de TRI lager is dan de emissie waarvan werd uitgegaan in de passende beoordeling. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de passende beoordeling en de aanvullende passende beoordeling ten grondslag heeft kunnen leggen aan het herstelbesluit en hierin vergunning heeft kunnen verlenen voor de Tri op basis van artikel 2.7, tweede lid van de Wnb omdat als gevolg van de TRI geen significante gevolgen zullen optreden op de nabijgelegen Natura 2000 gebieden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken