Rb. Oost-Brabant 6 september 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:4716
Leider van een criminele (drugs-)organisatie die werd gekenmerkt door het familiaire karakter. Verdachte is zelf specifiek betrokken geweest bij de handel in wapens en munitie, witwasdelicten, twee importen van cocaïne uit Zuid-Amerika via de haven van Antwerpen (1561 kilo en 315 kilo), een transport van circa 99 kilo MDMA, de verwerking van MDMA en/of metamfetamine en de bewerking en verwerking van cocaïne. Aan verdachte is het wettelijk strafmaximum voor deze feiten opgelegd: een gevangenisstraf van 16 jaren, met aftrek van het voorarrest. Voorts is een woning van verdachte verbeurd verklaard. Formele verweren: door de verdediging zijn een aantal zaaksoverstijgende discussiepunten dan wel verweren (op)gevoerd, al dan niet geplaatst in de sleutel van de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie of bewijsuitsluiting, die zien op: I. de start van het onderzoek, II. de bruikbaarheid van OVC-gesprekken voor het bewijs, III. het doorlaatverbod, IV. ‘trial by media’.
De uitspraak op rechtspraak.nl