Rb. Oost-Brabant 13 juli 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:3737
Veroordeling voor: een gewoonte maken van het tezamen en in vereniging met één of meer anderen een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, meermalen gepleegd. Artikel 197a, tweede en vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. Verdachte is gedurende 10 maanden behulpzaam geweest bij het verblijf in Nederland van negen vreemdelingenperiode, terwijl de vennootschap wist of ernstige reden had te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was, door hen als chauffeur voor zich te laten werken. Opgelegd wordt een voorwaardelijke geldboete van EUR 50.000,- met een proeftijd van drie jaren. De rechtbank heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de bestuurlijke boete die al was opgelegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl