Rb. Oost-Brabant 13 februari 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:766
Artikel 611a, lid 3 Rv. Voor het verbeuren van dwangsommen is niet vereist dat een grosse van het vonnis wordt betekend, een afschrift voldoet. Artikel 477 leden 3 en 4 Rv. Beslag op deposito. Onder de gegeven omstandigheden is het niet onrechtmatig van de bank dat de bank het deposito heeft opengebroken. Voor de gestelde onrechtmatigheid van ambtshandelingen van de deurwaarder kan niet het deurwaarderskantoor in rechte worden aangesproken, enkel de deurwaarder zelf. Correspondentie van de deurwaarder met de bank over het openbreken van het deposito in het kader van de executie van het vonnis, valt ook onder de ambtshandeling van de deurwaarder. Voor het verwijt dat het deposito onnodig is opengebroken moet de executant in rechte worden aangesproken, niet de door de executant ingeschakelde deurwaarder.
De uitspraak op rechtspraak.nl