Rb. Oost-Brabant 23 december 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:7372
Natuurvergunning. PAS. herstelpoging. Spoedwet Stikstof De zaak gaat over een omgevingsvergunning voor het wijzigen van de inrichting (een uitbreiding met een thermische reinigingsinstallatie) met gevolgen voor nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De noodzakelijke toestemming voor natuur (in een verklaring van geen bedenkingen, vvgb) is afgegeven met toepassing van het PAS. Gelet op de uitspraak van de Afdeling van 29 mei 2019 kan de verleende omgevingsvergunning wat betreft de activiteit natuur niet in stand blijven, omdat deze is verleend onder verwijzing naar een vvgb die is gebaseerd op de passende beoordeling die voor het PAS is gemaakt. Deze zaak is bijzonder omdat bij de vergunningsaanvraag een uitgebreide passende beoordeling van 6 oktober 2014 was gemaakt voor de invloed van de uitbreiding van de inrichting op nabijgelegen Natura 2000 gebieden. Verweerder heeft hier niet naar gekeken omdat de aanvraag (achteraf gezien ten onrechte) is afgewikkeld met het PAS. kan nu niet worden uitgesloten dat er geen vergunningplicht op basis van artikel 2.7, tweede lid van de Wnb (in dit geval artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wabo in samenhang met artikel 2.2aa onder a, van het Bor) bestaat omdat de rechtbank niet zonder meer kan uitsluiten dat in de afgelopen 5 jaar zich ontwikkelingen hebben voorgedaan die van invloed zijn op de juistheid van de uitkomst van de passende beoordeling van uit 2014. In de tweede plaats voert eiseres terecht aan dat enkele Natura 2000-gebieden een achtergronddepositie hebben waarbij de kritische depositiewaarde wordt overschreden. Deze overschrijding van de kritische depositiewaarde is echter ook niet op voorhand aanleiding om zelf in de zaak te voorzien en de aanvraag van vergunninghoudster af te wijzen. Verweerder moet eerst zelf een standpunt innemen. Daarom doet de rechtbank een tussenuitspraak. Hierbij geeft de rechtbank de volgende aanwijzingen voor het herstelbesluit: Verweerder moet in de eerste plaats niet alleen kijken naar de passende beoordeling van 6 oktober 2014 maar ook naar de staat van instandhouding van stikstofgevoelige habitattypen in de relevante natuurgebieden op dit moment (althans ten tijde van het nemen van het herstelbesluit). Verweerder zal verder moeten nagaan of een vergunning nodig is en (indien dit het geval is) of een vergunning kan worden verleend. De rechtbank merkt ten overvloede op dat verweerder zal moeten beoordelen of een natuurvergunning nodig is en of deze kan worden verleend op basis van de Wet natuurbescherming zoals deze luidt ten tijde van het herstelbesluit, mede gelet op het wetsvoorstel 35347 (de Spoedwet aanpak Stikstof). Zo nodig zal verweerder vergunninghoudster in de gelegenheid moeten stellen de aanvraag aan te passen, bijvoorbeeld door andere stikstofemissies binnen de inrichting te reduceren.
De uitspraak op rechtspraak.nl