Rb. Oost-Brabant 12 december 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:7088
Bijstand in de vorm van geldlening voor duurzame gebruiksgoederen. Beslagvrije voet. Verweerder heeft op grond van artikel 51 van de Pw de bevoegdheid om de hoogte en duur van de aflossing vast te stellen mits dit niet onevenredig bezwarend is voor betrokkene. Indien wordt overgegaan tot verrekening van het aflossingsbedrag met de bijstandsuitkering is verweerder gehouden aan de bepalingen in de Awb over bestuurlijke geldleningen. Bij verrekening mag het inkomen van betrokkene niet onder de beslagvrije voet uitkomen gelet op artikel 4:93, vierde lid van de Awb. Verweerder heeft daarmee in het geval van eiser geen rekening gehouden. Het beroep is gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl