Rb. Oost-Brabant 29 maart 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:1743

De zaak gaat over een besluit waar drie lasten onder dwangsom worden opgelegd en een later genomen invorderingsbesluit. Vast staat dat een bepaalde installie (de LCD lijn) is vergund. GS handhaaft op 2.1.eerste lid onder e Wabo omdat de diffuse emissie vanwege die LCD lijn niet zou zijn aangevraagd. Omdat de LCD lijn is vergund zijn hiermee ook alle emissies vanwege de LCD-lijn zijn vergund. Als verweerder achteraf meent dat wel voorschriften ter voorkoming van diffuse stofemissie hadden moeten worden opgenomen, wil dat niet zeggen dat diffuse stofemissie van het stortpunt in de LCD-lijn expliciet had moeten worden aangevraagd. Verweerder had dit bij het beoordelen van de aanvraag en de toetsing aan de beste beschikbare technieken beter moeten nagaan, of had de omgevingsvergunning op basis van zijn gewijzigde inzichten moeten wijzigen. Er is volgens de rechtbank geen sprake van strijd met artikel 2.1 eerste lid onder e van de Wabo. In de derde last wordt eiseres gelast zeecontainers met smelterconcentraat af te zeilen en afgezeild te houden. Dit is een concrete maatregel die eiseres moet treffen. Als eiseres die maatregel niet treft, is inderdaad sprake van een overtreding van artikel 3.36 van het Activiteitenbesluit. Eiseres wordt echter niet gelast andere maatregelen te treffen of alle overtredingen van artikel 3.36 van het Activiteitenbesluit te beëindigen. Het niet afzeilen van andere containers leidt niet tot verbeurte van een dwangsom.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken