Rb. Oost-Brabant 22 december 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:6669

Handhaving op basis van een onduidelijke vergunning. Verweerder stelt dat wordt gehandeld in strijd met artikel 2.1, eerste lid onder e, van de Wabo. Er wordt volgens verweerder iets gedaan, waarvoor geen vergunning is verleend. De onderliggende vraag is eigenlijk: wat is er nu vergund in de eerdere revisievergunningen voor beide locaties?De vergunningen en de bijbehorende aanvragen zijn bepalend voor het antwoord op deze vraag. Aan beide vergunningen zijn voorschriften verbonden en is bepaald dat de aanvraag deel uitmaakt van de vergunning, voor zover de voorschriften en beperkingen niet anders bepalen. De rechtbank zal dus moeten nagaan wat er precies is aangevraagd en wat vervolgens is vergund. De rechtbank stelt hierbij voorop dat als niet duidelijk is wat precies is aangevraagd en vergund, deze onduidelijkheid voor risico van verweerder komt en niet voor risico van eiser. Verweerder moet namelijk aannemelijk moet maken dat wordt gehandeld in afwijking van de verleende vergunning. Verweerder mag immers pas een last onder dwangsom opleggen als sprake is van een overtreding. Als verweerder dit risico had willen vermijden, dan had hij een duidelijke vergunning moeten verlenen dan wel met toepassing van artikel 2.31, tweede lid onder b, van de Wabo door middel van een (ambtshalve) wijziging de eerder verleende vergunning moeten verduidelijken in het belang van de bescherming van het milieu. Verweerder mag dit niet doen zonder de grondslag van de aanvraag te verlaten, maar dan had in die procedure de discussie over de inhoud van de vergunning en de aanvraag kunnen plaatsvinden. Dit klemt in deze zaak des te meer nu het om afvalstoffeninrichtingen gaat. Voor de inwerkingtreding van de Wabo werden vergunningen voor afvalstoffeninrichtingen verleend voor een periode van 10 jaar. Deze wettelijke beperking is met de inwerkingtreding van de Wabo vervallen, maar dat hoeft verweerder er niet van te weerhouden om oude vergunningen te actualiseren of te verbeteren met duidelijker voorschriften om discussies zoals in deze zaken te voorkomen. Overigens komt een duidelijke vergunning ook de vergunninghouder ten goede. Die weet dan immers waar hij aan toe is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen