Rb. Oost-Brabant 16 juni 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:3311
De rechtbank is van oordeel dat in het bestreden besluit onvoldoende inzichtelijk is gemaakt wat de vergunde situatie is direct voorafgaand aan het primaire besluit. Verweerder stelt dat sprake is van een milieuneutrale wijziging en dat betekent dat hij dit aannemelijk moet maken, wil sprake zijn van een bevoegdheid om de vergunning met toepassing van artikel 3.10 van de Wabo te verlenen. Ook de rechtbank is er niet in geslaagd de vergunde situatie voorafgaand aan het bestreden besluit vast te stellen omdat de eerder vergunde afvalstromen niet eenduidig waren benoemd. Dit is aanleiding geweest voor de inschakeling van de Stichting advisering bestuursrechtspraak. De StAB concludeert dat er geen toename van opslaghoeveelheden of doorzetten wordt vergund ten opzichte van de voorafgaand vergunde situatie. Er is voor wat betreft geluid evenmin een toename vergund en er worden geen extra vrachtwagenbewegingen vergund, aldus de StAB. De rechtbank concludeert op basis van het StAB-advies en de stukken bij het geding dat inderdaad sprake is van een milieuneutrale wijziging.
De uitspraak op rechtspraak.nl