Rb. Oost-Brabant 3 maart 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:904

Niet in geschil is dat sprake is van een verzoek om verhoging van de WIA-uitkering ogv hulpbehoevendheid tot een percentage van 85%. Evenmin is in geschil dat eiser hulp nodig heeft bij sommige essentiële, dagelijks terugkerende levensverrichtingen, alsmede dat in de hier relevante periode niet uit hoofde van een andere voorziening reeds in belangrijke mate in de behoefte aan oppassing en verzorging van eiser werd voorzien. Het geschil is derhalve beperkt tot de vraag of voldaan is aan het criterium dat geregelde handreikingen door derden noodzakelijk zijn. De rechtbank is er op grond van de gedingstukken en hetgeen ter (nadere) zitting naar voren is gebracht voldoende van overtuigd dat eiser om medische redenen een zodanige mate van oppassing nodig heeft, dat hij recht heeft op een verhoging van zijn uitkering tot 85%. Beroep gegrond. De rechtbank ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken