CRvB 2 oktober 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1911

Bij brief heeft appellante het Uwv verzocht om haar, in verband met hulpbehoevendheid na een operatie, in aanmerking te brengen voor een verhoging van haar uitkering krachtens artikel 22 van de WAO. Bij besluit heeft het Uwv de aanvraag afgewezen, omdat uit onderzoek van een verzekeringsarts is gebleken dat appellante niet verkeert in een, althans voorlopig, blijvende toestand van hulpbehoevendheid die geregeld oppassing en verzorging nodig maakt. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het Uwv op goede gronden heeft besloten dat appellante niet zodanig hulpbehoevend is dat zij in aanmerking komt voor verhoging van haar WAO-uitkering. Met betrekking tot de toepassing van het beleid in het voorliggende geval kan de Raad zich geheel verenigen met het oordeel van de rechtbank daarover en de overwegingen die haar tot dat oordeel hebben geleid.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen