Rb. Oost-Brabant 18 februari 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:641
Verzoek opheffing voorlopige voorziening. In een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RBOBR:2015:7059) had de voorzieningenrechter het besluit tot de intrekking van de omgevingsvergunning van een mestvergistingsinstallatie geschorst. GS hebben verzocht om opheffing van deze voorziening omdat de inrichting niet alle maatregelen genoemd in de uitspraak had getroffen. De voorzieningenrechter stelt vast dat twee maatregelen niet zijn getroffen. Gelet op de omstandigheden ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding de voorlopige voorziening onmiddellijk op te heffen. De voorlopige voorziening wordt ambtshalve gewijzigd. De duur van de schorsing wordt beperkt tot en met 21 maart 2016. Er dienen een aantal maatregelen te worden getroffen. De voorzieningenrechter gaat zelf ter plaatse kijken of aan de gewijzigde voorlopige voorziening is voldaan en of er aanleiding is de schorsing (die duurt tot en met 21 maart 2016) te verlengen.
De uitspraak op rechtspraak.nl