Rb. Oost-Brabant 17 maart 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:1184

Voorlopige voorziening, plaatsopneming. Vervolg op de uitspraken van de voorzieningenrechter van 10 december 2015 (ECLI:NL:RBOBR:2015:7059),en uitspraak van 18 februari 2016 (ECLI:NL:RBOBR:2016:641). De voorzieningenrechter heeft ter plaatse beoordeeld of aan de voorwaarden in de uitspraak van 18 februari 2016 is voldaan. Het naburig perceel is verontreinigd bij een ongewoon voorval. Dit is nog steeds niet opgeruimd. Dit valt het bedrijf te verwijten. Het had niet mogen volstaan met het per e-mail verzoeken om overleg maar had actiever het contact en de samenwerking met Staatsbosbeheer moeten zoeken teneinde de gevolgen van het overstromen van de mestvergister ongedaan te kunnen maken. Maar ook Staatsbosbeheer had actiever kunnen streven naar een oplossing. Inmiddels is er een nieuwe eigenaar van het bedrijf. Tijdens de zitting is door GS aangegeven dat de inrichting met enkele technische aanpassingen wel zonder onaanvaardbare risico’s voor de omgeving in werking kan worden gebracht. Verder is aangegeven dat GS nog onderzoek moet instellen naar de capaciteit van de derde-partij om binnen de inrichting orde op zaken te stellen. GS zal dit betrekken bij de beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om het besluit tot intrekking van de omgevingsvergunning op te schorten tot na de beslissing op bezwaar. Dit geeft GS, de nieuwe eigenaar en Staatsbosbeheer de gelegenheid om zonder al te veel tijdsdruk in overleg te treden. Hieraan worden nog wel enkele voorwaarden verbonden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken