Rb. Oost-Brabant 21 oktober 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:5839

Beleidsregel Geur. Bestaande en nieuwe situatie. Handhaven op emissie- of imissievoorschriften. GS hebben een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van een diervoederproducent. Het beroep van eiser richt zich uitsluitend tegen het onderdeel milieu. Verweerder heeft zowel mogen toetsen aan de niet hedonisch gewogen immissiewaarden van de Bijzondere Regeling Diervoederindustrie als de hedonisch gewogen immissiewaarden van de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven Noord-Brabant. Naar het oordeel van de rb heeft verweerder de aanvraag terecht getoetst aan artikel 7 van de Beleidsregel als een combinatie van een bestaande en een nieuwe activiteit. Hierbij heeft verweerder de aangevraagde vierde perslijn als nieuwe activiteit kunnen beschouwen en de reeds vergunde 3 bestaande perslijnen als bestaande activiteit. Dat in de vergunde situatie (anders dan voorheen) sprake is van 1 schoorsteen in plaats van 3 schoorstenen leidt niet tot het oordeel dat de gehele fabriek als nieuwe activiteit moet worden beschouwd. Omdat de geurhinder waar het om gaat maar uit 1 schoorsteen komt, heeft verweerder uit een oogpunt van handhaving kunnen kiezen voor emissievoorschriften in plaats van immissievoorschriften. Niet in geschil is dat bij de vergunde emissie geen overschrijding van de richtwaarden in de BRD en de Beleidsregel zal plaatsvinden. Eiser heeft de geurrapporten noch de conclusies in het rapport van de StAB bestreden. Het beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken