Rb. Oost-Brabant 27 juli 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:4031
GS van Noord-Brabant hebben drie lasten onder dwangsom opgelegd aan een mestverwerkingsbedrijf omdat deze meer mest heeft ingenomen dan vergund, twee silo’s niet heeft afgedekt en is begonnen met het hygiëniseren van mest zonder vergunning. De voorzieningenrechter is van oordeel dat GS bevoegd zijn om op te treden ook al hebben B&W van Bergeijk de milieuvergunning voor het bedrijf verleend. Het is niet toelaatbaar dat een bedrijf zodanig fors uitbreidt zonder omgevingsvergunning. Wat ook zij van de gestelde goede bedoelingen van verzoekster, zij had eerst een vergunning moeten aanvragen met alle bijbehorende onderzoeken naar milieugevolgen. Dat moeten haar concurrenten immers ook doen. Het lange overleg met de gemeente geeft haar geen vrijbrief om alvast maar te beginnen, de capaciteit fors te vergroten en nieuwe bedrijfsprocessen te starten zonder de vereiste vergunningen. De voorzieningenrechter beseft dat handhavend optreden grote gevolgen heeft voor verzoekster, de werknemers en de klanten. Dat verzoekster haar Franse afnemer dreigt kwijt te raken en zich kennelijk genoodzaakt voelt haar personeel op straat te zetten, is het gevolg van de keuze van verzoekster om uit te breiden zonder vergunning en komt voor haar risico. Verweerder heeft echter ook de keuze gemaakt om géén begunstigingstermijn in het besluit op te nemen met betrekking tot de inname van mest. Dat betekent dat het bedrijf direct moet stoppen. De varkensbedrijven die contracten met verzoekster hebben gesloten kunnen door een dergelijke plotselinge innamestop in problemen komen. Weliswaar kan de inname van mest door het bedrijf zelf direct worden gestaakt, maar verweerder had in dit geval ook rekening moeten houden met de gevolgen voor de varkensbedrijven. Daarom schorst de rechter het besluit . Het hervatten van een onbeperkte inname gaat de voorzieningenrechter echter te ver. Daarom bepaalt de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 8:85, eerste lid, van de Awb dat de schorsing vervalt als verzoekster in 2016 meer dan 75.000 ton mest heeft ingenomen. Met deze voorziening krijgt het bedrijf een korte adempauze die het kan gebruiken om te overleggen met de provincie en haar klantenbestand af te bouwen.
De uitspraak op rechtspraak.nl