Rb. Oost-Brabant 27 juni 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:3384

Betekenis GGD-onderzoek geurhinder. Toetsing Verordening Ruimte 2014 De zaak gaat over een omgevingsvergunning voor de bouw van twee varkenstallen. Hiervoor is afgeweken van het bestemmingsplan. De gemeente heeft daarbij getoetst aan de Verordening Ruimte 2014 van de provincie Noord-Brabant. Hierbij moet onder meer worden onderzocht of de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten (zoals woningen), in de bebouwde kom niet hoger is dan 12 % en in het buitengebied niet hoger is dan 20 %. De gemeente heeft dit altijd beoordeeld op basis van de Handreiking bij de Wet geurhinder. Deze is onder meer gebaseerd op een onderzoek over geurhinder uit 2001. Voordat de omgevingsvergunning is verleend is een nieuw onderzoek verschenen van de GGD en het IRAS instituut. Hieruit blijkt volgens de onderzoekers dat er veel sneller sprake is van geurhinder dan voorheen werd aangenomen. De omwonende die in beroep is gegaan tegen de omgevingsvergunning heeft op het rapport gewezen. De rechtbank heeft een deskundige ingeschakeld om naar het GGD-rapport te kijken. Op de zitting zijn de deskundige en vertegenwoordigers van de provincie Noord-Brabant hierover gehoord. De rechtbank is van oordeel dat de gemeente niet verplicht is om de kans op cumulatieve geurhinder te beoordelen op basis van de Handreiking. Dat heeft de gemeente hier wel gedaan en daarmee is de gemeente te kort door de bocht gegaan. Verweerder heeft niet zomaar voorbij kunnen gaan aan het GGD-onderzoek omdat de bevindingen hierin afwijken uit het oudere onderzoek van 2001. De gemeente had moeten verantwoorden waarom ze toch heeft beoordeeld op basis van de Handreiking. Door dat niet te doen heeft de gemeente het risico in het leven geroepen dat een nieuwe knelsituatie wordt gecreëerd als de bevindingen van het GGD-onderzoek juist zijn. Dit staat haaks op de bedoelingen van de provinciale verordening. Daarom, alsmede vanwege een aantal andere gebreken, wordt de omgevingsvergunning vernietigd. De rechtbank geeft geen oordeel over het GGD-onderzoek zelf. De gemeente en de provincie zullen een standpunt moeten gaan innemen over de waarde die aan het GGD-onderzoek moet worden gehecht en de gevolgen voor het gemeentelijke en provinciale beleid. Dit vergt een bestuurlijke afweging die verder gaat dan deze zaak.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken