Rb. Oost-Brabant 30 juni 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:3728

Schorsing vergunning op grond van artikel 29 Wet op de lijkbezorging voor opgraven en herbegraven overleden echtgenote. Een zoon heeft bezwaar gemaakt tegen deze vergunning. De voorzieningenrechter acht van belang dat de uitvoering van de vergunning tot een onomkeerbare situatie leidt. Verder overweegt de voorzieningenrechter dat de burgemeester de belangen van de vergunninghouder, de zoon en het belang van de grafrust nog tegen elkaar moet afwegen. De uitkomst van die belangenafweging is nog niet duidelijk. De voorzieningenrechter schorst de vergunning tot zes weken na de bekendmaking van het besluit op bezwaar.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken