Rb. Oost-Brabant 12 juni 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:3374

Het bestreden besluit betreft een veranderingsvergunning . De voorgaande vergunningen zijn verleend onder een beperking als bedoeld in artikel 8.17, tweede lid, van de Wet milieubeheer, in samenhang met artikel 2.2 en categorie 28.4 c1 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit zoals deze golden tot 1 oktober 2010. Ingevolge artikel 1.2, vijfde lid, van de Invoeringswet Wabo zijn deze voorgaande milieuvergunningen omgezet in een omgevingsvergunning voor de activiteit milieu voor onbepaalde tijd. Dit heeft tot gevolg dat alle voorschriften van de voorgaande vergunningen en het bestreden besluit naast elkaar van toepassing zijn op de inrichting voor zover deze voorschriften niet in opvolgende milieuvergunningen of het bestreden besluit zijn gewijzigd of ingetrokken. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de voorschriften in de voorgaande, nog steeds van kracht zijnde, vergunningen de drijver van de inrichting verplichten tot een werkwijze waarbij diffuse emissies niet voorkomen. Op basis van het STAB advies concludeert de rechtbank dat twee van de drie emissievoorschriften voldoende bescherming tegen geurhinder bieden. De redactie van het derde (piek)emissievoorschrift is onduidelijk en de rechtbank ziet hier aanleiding zelf in de zaak te voorzien en het voorschrift aan te passen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken