Rb. Oost-Brabant 28 augustus 2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:4797
- Bewezenverklaring van medeplegen van poging tot doodslag. Door het meerdere keren schoppen tegen het hoofd van het slachtoffer door de medeverdachte waarvan verdachte zich in niet heeft gedistantieerd, terwijl verdachte de geweldpleging is begonnen en ook geweldshandelingen tegen het slachtoffer heeft verricht , is er sprake van voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer. Opgelegd is een jeugddetentie van 6 maanden met aftrek voorarrest waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. - De opnamen van de geweldshandelingen zijn met toestemming van de officier van justitie uitgezonden in een opsporingsprogramma. Tevens heeft de officier van justitie toestemming gegeven om de camerabeelden op internet te zetten. Met het op deze wijze integraal vrijgeven van de camerabeelden voor uitzending is een inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van verdachte. Artikel 19 van de Wet politiegegevens bepaalt dat in bijzondere gevallen, voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend belang, kan worden besloten tot het verstrekken van politiegegevens aan derden voor onder meer het opsporen van strafbare feiten. Verder is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het verstrekken van beelden de Aanwijzing opsporingsberichtgeving van het College van procureurs-generaal van belang. Bij de besluitvorming tot uitzending van de beelden constateert de rechtbank een aantal gebreken. De rechtbank ziet deze gebreken in de besluitvorming als onherstelbare vormverzuimen. Deze vormverzuimen en de gevolgen die de buitengewoon grote media-aandacht voor verdachte hebben gehad, leiden tot strafvermindering.
De uitspraak op rechtspraak.nl