Rb. Noord-Nederland 13 juni 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2582
Het dagelijks bestuur van het waterschap was niet bevoegd handhavend op te treden. De rechtbank stelt vast dat de onderhoudsplicht in strijd met artikel 78, tweede lid van de Waterschapswet niet is vastgelegd in een legger die is vastgesteld door het algemeen bestuur. Door het dagelijks bestuur is niet onderbouwd waarom de aanwijzing van onderhoudsplichtigen en de onderhoudsverplichting ook kan worden vastgelegd in de Keur, in samenhang met de schouwkaart. Bovendien stelt het dagelijks bestuur zonder nadere toelichting dat de schouwkaart in mandaat door haar kon worden vastgesteld. Het wettelijk voorschrift in artikel 2.4, derde lid, aanhef en onder d, van de Keur is gelet op het voorgaande onverbindend. Er was om die reden geen sprake van een overtreding van de onderhoudsplicht en daarom was het dagelijks bestuur niet bevoegd om handhavend op te treden.
De uitspraak op rechtspraak.nl