Rb. Noord-Nederland 6 september 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:4044
Betrokkene ontvangt een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Dit pgb wordt door de Sociale verzekeringsbank (Svb) aangevuld met de kosten die betrokkene kwijt is op basis van zijn loondoorbetalingsverplichting bij ziekte van zijn vaste zorgverlener. Betrokkene vindt dat de Svb als gevolg van de gehanteerde systematiek structureel een te lage vergoeding geeft om vervangende hulp op basis van een arbeidsovereenkomst in de vorm van een oproepovereenkomst in te kunnen huren. De rechtbank acht de wijze waarop de Svb de ziekengeldvergoeding heeft berekend redelijk. De problemen waartegen betrokkene aanloopt bij alternatieven om te voorzien in vervangende ondersteuning maken niet dat de Svb, als de daartoe bevoegde instantie, de besluiten niet in redelijkheid heeft kunnen nemen. Het beroep van betrokkene op het EVRM en het VN-Gehandicaptenverdrag slaagt niet. De beroepen van betrokkene zijn ongegrond verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl