Rb. Noord-Nederland 2 juli 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:2483

Eiseres exploiteert een hospice. Het hospice is verbouwd en eiseres wil de btw die rust op de bouwkosten in aftrek brengen. In geschil is of eiseres belaste of vrijgestelde prestaties verricht. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van prestaties die zo nauw verbonden zijn dat sprake is van één economische prestatie waarvan het kunstmatig zou zijn om die uit elkaar te halen. Die prestatie bestaat, beoordeeld vanuit het perspectief van de modale consument, uit het doen verzorgen en verplegen van gasten in hun laatste levensfase. De rechtbank is van oordeel dat deze prestatie valt onder de vrijstelling van artikel 11, lid 1, letter c van de Wet OB. Er is namelijk sprake van medische verzorging in de zin van de richtlijn. De rechtbank acht het niet relevant dat eiseres niet zelf die zorg verleent, het gaat erom dat zij bewerkstelligt dat de zorg wordt verleend. Uit het feit dat het hospice voor subsidie vanuit het Ministerie van VWS in aanmerking komt en ook voor zorgverzekeraars in beeld is, leidt de rechtbank af dat het hospice als zodanig is opgenomen in het totale Nederlandse zorgstelsel en dat daarmee sprake is van erkenning als inrichting.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken