Art. 132 Richtlijn 2006/112/EG
1. De lidstaten verlenen vrijstelling voor de volgende handelingen:
a) de door openbare postdiensten verrichte diensten en daarmee gepaard gaande goederenleveringen, met uitzondering van personenvervoer en telecommunicatiediensten;
b) ziekenhuisverpleging en medische verzorging, alsmede de handelingen die daarmede nauw samenhangen, door publiekrechtelijke lichamen of, onder sociale voorwaarden die vergelijkbaar zijn met die welke gelden voor genoemde lichamen, door ziekenhuizen, centra voor medische verzorging en diagnose en andere naar behoren erkende inrichtingen van dezelfde aard;
c) medische verzorging in het kader van de uitoefening van medische en paramedische beroepen als omschreven door de betrokken lidstaat;
d) de levering van menselijke organen, menselijk bloed en moedermelk;
e) de door tandtechnici in het kader van de uitoefening van hun beroep verrichte diensten, alsmede de levering van tandprothesen door tandartsen en tandtechnici;
f) diensten verricht door zelfstandige groeperingen van personen die een activiteit uitoefenen welke is vrijgesteld of waarvoor zij niet belastingplichtig zijn, teneinde aan hun leden de diensten te verlenen die direct nodig zijn voor de uitoefening van voornoemde activiteit, wanneer die groeperingen van hun leden enkel terugbetaling vorderen van hun aandeel in de gezamenlijke uitgaven, mits deze vrijstelling niet tot verstoring van de mededinging kan leiden;
g) diensten en goederenleveringen welke nauw samenhangen met maatschappelijk werk en met de sociale zekerheid, waaronder begrepen die welke worden verricht door bejaardentehuizen, door publiekrechtelijke lichamen of door andere organisaties die door de betrokken lidstaat als instellingen van sociale aard worden erkend;
h) diensten en goederenleveringen welke nauw samenhangen met de bescherming van kinderen en jongeren en welke worden verricht door publiekrechtelijke lichamen of door andere organisaties die door de betrokken lidstaat als instellingen van sociale aard worden erkend;
i) onderwijs aan kinderen of jongeren, school- of universitair onderwijs, beroepsopleiding of -herscholing, met inbegrip van de diensten en goederenleveringen welke hiermede nauw samenhangen, door publiekrechtelijke lichamen die daartoe zijn ingesteld of door andere organisaties die door de betrokken lidstaat als lichamen met soortgelijke doeleinden worden erkend;
j) lessen die particulier door docenten worden gegeven en betrekking hebben op het school- of universitair onderwijs;
k) beschikbaarstelling van personeel door religieuze of levensbeschouwelijke instellingen voor de in de punten b), g), h) en i), bedoelde werkzaamheden en met het oog op de verlening van geestelijke bijstand;
l) diensten en nauw daarmee samenhangende goederenleveringen ten behoeve van hun leden in het collectief belang, tegen een statutair vastgestelde contributie door instellingen zonder winstoogmerk met doeleinden van politieke, syndicale, religieuze, vaderlandslievende, levensbeschouwelijke, filantropische of staatsburgerlijke aard, mits deze vrijstelling niet tot verstoring van de mededinging kan leiden;
m) sommige diensten welke nauw samenhangen met de beoefening van sport of met lichamelijke opvoeding en welke door instellingen zonder winstoogmerk worden verricht voor personen die aan sport of lichamelijke opvoeding doen;
n) bepaalde culturele diensten alsmede nauw daarmee samenhangende goederenleveringen, verricht door publiekrechtelijke culturele instellingen of door andere culturele instellingen die door de betrokken lidstaat worden erkend;
o) diensten en goederenleveringen door lichamen waarvan de handelingen overeenkomstig de punten b), g), h), i), l), m) en n), zijn vrijgesteld, in samenhang met activiteiten die zijn bestemd ter verkrijging van financiële steun en die uitsluitend ten bate van henzelf zijn georganiseerd, mits deze vrijstelling niet tot verstoring van de mededinging kan leiden;
p) vervoer van zieken of gewonden met speciaal daartoe ingerichte voertuigen door naar behoren gemachtigde lichamen;
q) niet-commerciële activiteiten van openbare radio- en televisieorganisaties.
2. Voor de toepassing van lid 1, punt o), kunnen de lidstaten alle nodige beperkingen invoeren, met name ten aanzien van het aantal evenementen of het bedrag van de opbrengsten waarvoor recht op vrijstelling bestaat.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof 's-Hertogenbosch 11 september 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:3527
- Rb. Noord-Nederland 11 oktober 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:4384
- ABRvS 28 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:690
- Rb. Noord-Nederland 21 februari 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:627
- Conclusie A-G VAN HILTEN 10 september 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK3786
- Hof Den Haag 8 oktober 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2554
- Rb. Den Haag 5 maart 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:3029
- Hof 's-Hertogenbosch 7 december 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:5454
- Rb. Noord-Nederland 2 juli 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:2483
- Rb. Noord-Holland 28 oktober 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:12175
- Rb. Leeuwarden 28 mei 2010, ECLI:NL:RBLEE:2010:BN8844
- Rb. Leeuwarden 28 mei 2010, ECLI:NL:RBLEE:2010:BN8838
- Rb. Gelderland 15 mei 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:2085
- Rb. Den Haag 8 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:27926
- Rb. Den Haag 21 januari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:1165
- Rb. Arnhem 18 februari 2010, ECLI:NL:RBARN:2010:BL9325
- Conclusie A-G Ettema 30 december 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1246
- Conclusie A-G VAN HILTEN 26 juni 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BF0401
- Conclusie A-G van Hilten 3 april 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BC1585
- Hof Den Haag 10 juni 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2024