Rb. Noord-Nederland 7 juni 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:2300
Erfrecht. Erflater heeft bij testament zijn echtgenote benoemd tot erfgenaam en executeur. Aan de twee zoons uit zijn eerste huwelijk heeft hij zijn aandeel in een woonhuis en een recreatiewoning gelegateerd, onder bezwaar van een recht van vruchtgebruik op de onroerende zaken ten gunste van de echtgenote. Ook heeft hij de banktegoeden aan zijn zoons gelegateerd. De recreatiewoning is verkocht om de erfbelasting namens de twee zoons te kunnen voldoen. De rechtbank beslist in grote lijnen als volgt. De echtgenote moet de banktegoeden alsnog uitbetalen; hiervoor is geen notariële afgifte nodig. De verkoop van de recreatiewoning was niet onrechtmatig. Wel is de keten van zaaksvervanging verbroken doordat de verkoopopbrengst niet afgezonderd is. Hierdoor is wel onrechtmatig gehandeld en de echtgenote moet nu de helft van de verkoopopbrengst aan de zoons uitbetalen. De echtgenote moet ook alsnog (jaarlijks) opgave doen van het vruchtgebruikvermogen conform het testament. In zoverre is zij tot nu toe als vruchtgebruikster tekortgekomen, maar de rechtbank wijst niet het beheer of het bewind over het vruchtgebruik aan de zoons/een ander toe. De tegenvordering tot teruggave van enkele door de zoons meegenomen inboedelgoederen wordt afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl