Rb. Noord-Nederland 26 januari 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:228

Uitspraak over het effectgebied dat het IMG hanteert bij de toepassing van het bewijsvermoeden. De rechtbank stelt voorop dat het effectgebied in de praktijk vorm moet worden gegeven. Het oorspronkelijke voorstel van de minister van Economische Zaken om bij ministeriële regeling het effectgebied vast te stellen is middels een amendement geschrapt. Om het effectgebied te (kunnen) bepalen is aan een Panel van deskundigen advies gevraagd (en op 22 januari 2019 verkregen). Het effectgebied waar het bewijsvermoeden van toepassing is, is door het IMG in de bezwaarfase aangepast naar aanleiding van een rapport van TNO en TU Delft van 9 maart 2021 over diepe bodemdaling. In het bestreden besluit van 8 juni 2021 is het bewijsvermoeden niet meer van toepassing geacht. In het verweerschrift is aan de hand van het rapport van Deltares van 30 augustus 2021 uiteengezet waarom tot de conclusie is gekomen dat er geen schade door indirecte effecten kan zijn ontstaan ter plaatse van de woning van eiseres. Eiseres heeft met het in beroep gevoerde betoog geen gronden aangevoerd die aan het in het verweerschrift betrokken standpunt kunnen afdoen. In het kader van een beroep op het fair play-beginsel heeft de rechtbank getoetst of toepassing van het in artikel 6:177a BW neergelegde bewijsvermoeden tot uitkering van een schadevergoeding zou hebben moeten leiden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken