Rb. Noord-Nederland 25 april 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:1353
Eiseres had van 24 november 2014 tot en met 22 december 2014 2 oudere werknemers in dienst. Zij had voor deze werknemers recht op de premiekorting oudere werknemers. Op 5 januari 2015 nam zij deze werknemers weer in dienst. Tussen 22 december 2014 en 5 januari 2015 ontvingen beide weknemers een WW-uitkering. Per 1 januari 2015 is de leeftijdsgrens voor de premiekorting oudere werknemers verhoogd, waardoor er voor beide werknemers – volgens de nieuwe wetgeving - geen recht meer bestond op de premiekorting. In geschil is of eiseres toch recht heeft op de premiekorting, vanwege de toepassing van het overgangsrecht of op grond van het vertrouwensbeginsel. De rechtbank overweegt dat het overgangsrecht niet van toepassing is omdat de werknemers niet op 31 december 2014 in dienst waren. De stelling van eiseres dat er sprake was van een voortgezet dienstverband slaagt niet. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt eveneens niet. De naheffingsaanslagen loonheffingen blijven in stand. De rechtbank ziet wel aanleiding om de boeten te vernietigen wegens afwezigheid van alle schuld.
De uitspraak op rechtspraak.nl