Rb. Noord-Nederland 24 augustus 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:3629
Bewezenverklaring artikel 6 Wegenverkeerswet 1994. In casu kan uit het feit dat verdachte, als bestuurder van een personenauto, heeft gereden met een aanzienlijk hogere snelheid dan ter plaatse is toegestaan (te weten ongeveer 126 km/u), terwijl hij verkeerde onder invloed van alcohol en drugs, en ten gevolge daarvan een ongeval heeft veroorzaakt, naar het oordeel van de rechtbank worden afgeleid dat verdachte zich zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gedragen. Daarmee is sprake van schuld als bedoeld in artikel 6 WVW, zodat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend is bewezen. Het verweer dat de uitkomsten van het bloedonderzoek niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt omdat het bloedonderzoek te laat is opgestart (niet binnen 90 minuten nadat verdachte is gevorderd medewerking te verlenen) en omdat niet blijkt dat het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd binnen twee weken na ontvangt van de buisjes bloed, en dat derhalve niet is voldaan aan artikel 12 lid 3 respectievelijk artikel 16 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, wordt door de rechtbank verworpen. Nu de overschreden termijnen geen waarborgen betreffen voor de betrouwbaarheid van het bloedonderzoek als zodanig, laat de rechtbank het bij een constatering van de vormverzuimen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 63 Sr
- Artikel 359a Sv
- Artikel 6 WVW
- Artikel 8 WVW
- Artikel 163 WVW
- Artikel 175 WVW
- Artikel 179 WVW
- Artikel 12 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer
- Artikel 14 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer
- Artikel 16 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer
- Artikel 6 EVRM