Rb. Noord-Nederland 12 juli 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:2902

Eiseres heeft een eenmanszaak. De eenmanszaak heeft geld geleend van een stichting waarvan eiseres en haar echtgenoot het bestuur vormden. De eenmanszaak heeft geld geleend aan een Spaanse vennootschap waarvan eiseres en haar echtgenoot ieder 50% van de aandelen hielden. In geschil zijn de aanslagen IB/PVV over 3 jaren en Zvw over 1 jaar. Tussen partijen zijn de volgende zaken in geschil: Of de bewijslast in 1 jaar moet worden omgekeerd en verzwaard omdat eiseres de vereiste aangifte niet heeft gedaan; Moet eiseres in alle jaren rente over haar vordering op de Spaanse vennootschap in aanmerking nemen en zo ja tot welk bedrag; Of eiseres de (eventueel) daaruit voortvloeiende rentevorderingen in dezelfde jaren mag afwaarderen; Heeft het kwijtschelden van de lening van de stichting aan de eenmanszaak van eiseres al dan niet onder voorwaarden plaatsgevonden, en vormt die eventuele kwijtschelding resultaat uit overige werkzaamheden; Kwalificeert een vakantiewoning als een eigen woning in de zin van artikel 3.111 van de Wet IB 2001; Beroep op interne compensatie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken